• Vul hier je e-mail adres in om je op dit blog te abonneren en per e-mail een melding te krijgen van updates

    Doe mee met 6 andere volgers

  • Twitter

    Oeps: Twitter reageert niet. Wacht svp een paar minuten en ververs deze pagina.

Marianne Thieme bij de wilde spinnen af

We schrijven 14 juni 2010. Uri Rosenthal heeft daags daarvoor van Hare Majesteit zijn informatie-opdracht ontvangen. En op deze zonnige dag laat hij eerst alle fractievoorzitters langskomen om hun visie op de verkiezingsuitslag te horen.

Eén van Rosenthal’s gasten is Marianne Thieme. U weet wel: lijsttrekker en nu fractievoorzitter van de Partij voor de Dieren.

De op het Binnenhof verzamelde pers citeert ook haar gretig: 
Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren pleitte in haar gesprek met de informateur voor een Paars-plus-kabinet van VVD, PvdA, D66 en GroenLinks. Ze ziet niet veel in een kabinet met VVD en PVV. “De PVV ontkent de klimaatcrisis. Dat is onwenselijk.”(Bron: RTL)

So far, so good. Marianne Thieme ziet niet veel in een kabinet met VVD en PVV. Daarna verdwijnt de Partij voor de Dieren als mogelijke coalitiepartner (voorlopig?) uit beeld. Dit alles is weinig verrassend, zou je zeggen.

Dan, na een aantal dagen aftasten, brengt informateur Uri Rosenthal van zijn werkzaamheden verslag uit aan de koningin. Dit verslag is integraal te vinden op www.kabinetsformatie2010.nl of, eenvoudiger nog, gewoon door op deze link te klikken.

Wie schetst mijn verbazing wanneer mijn oog op de volgende passage valt:
 

“De voorzitter van de SGP-fractie stelde vast dat deelname van zijn fractie aan een coalitie VVD-PVV-CDA getalsmatig onnodig en overigens niet aangewezen was, maar sloot deelname daaraan niet per definitie uit. Afspraken over enige vorm van steun aan een coalitie VVD-PVV-CDA sloot hij, anders dan de voorzitter van de CU-fractie, niet uit. De voorzitter van de PvdD-fractie sloot zulke afspraken met haar fractie ook niet uit.”

Het bericht dat de SGP-fractie gedoogsteun zou willen verlenen aan een VVD-PVV-kabinet was via de media al tot ons gekomen. Maar nu blijkt dus ook de PvdD gedoogsteun aan een VVD-PVV-kabinet te hebben willen geven.

Dus ondanks dat de Partij voor de Dieren op haar web site gal spuugt over de VVD (“Laat Mark Rutte niet ontgroenen“), de PvdD nog boos was dat de PVV “hun” zetel in het Europees Parlement kreeg (“Thieme boos om extra zetel PVV“) en het CDA 8 jaar destructief dieren-, natuur- en milieubeleid wordt verweten (“Verlos ons van het CDA!“) lijkt dit geen reden te zijn om als Partij voor de Dieren zo’n coalitie niet van (gedoog-)steun te voorzien.

Marianne Thieme’s: “Gandhi leerde ons ‘live the change you want to see’ en gaf aan dat onze mate van beschaving af te meten is aan de wijze waarop we de dieren behandelden …” (voor bron: klik hier) komt hiermee wel in een volstrekt ander daglicht te staan. Blijkbaar kun je aan uitspraken van Wilders als Na een waarschuwing moet de politie het recht krijgen met scherp te schieten op bijvoorbeeld een been.” niet de mate van beschaving afmeten.

Maar misschien erger nog: dat de vertegenwoordiger van de Partij voor de Dieren in het openbaar verklaart “niet veel in een kabinet met VVD en PVV te zien”, maar achter gesloten deuren zegt aan zo’n coalitie wel steun te willen verlenen is ronduit schokkend.

Blijkbaar is een plek in het centrum van de macht voor de Partij voor de Dieren belangrijker dan het hele dierenwelzijn. Dat u het maar weet.

Als toevoeging: de tekst van het eindverslag van informateur Uri Rosenthal is door de Partij voor de Dieren tot op heden niet bestreden.

Uiteraard heb ik ook Marianne Thieme zelf om een reactie gevraagd.

UPDATE

Helaas heeft Marianne Thieme niet op mijn eerdere uitnodiging gereageerd.

In het kamerdebat van 29 juni j.l. over de formatie geeft Marianne Thieme desgevraagd aan dat de Partij voor de Dieren bereid zou zijn gedoogsteun aan een VVD-PVV-CDA-kabinet te verlenen: “Ik heb aangegeven dat mijn fractie het uitermate onwaarschijnlijk acht dat deze situatie zich zou voordoen, maar ik heb echter niets uitgesloten”.

Zum Verkauf: Grundstück auf Schwanenwerder

Mijn oog viel op een klein artikeltje in de Berliner Zeitung van 8 mei 2010:

Ulrich Paul

Der Liegenschaftsfonds des Landes Berlin hat am Freitag das Bieterverfahren zum Verkauf des ehemaligen Grundstücks der Wasserschutzpolizei auf Schwanenwerder gestartet. Bis zum 12. Juli können Interessenten ihre Angebote für das 2300 Quadratmeter große Areal an der Inselstraße 8 einreichen. “Mit dieser Immobilie bringen wir eine wahre Rarität auf den Markt, die auch international auf großes Interesse stoßen dürfte”, sagte der Chef des Liegenschaftsfonds, Holger Lippmann. (ulp.)

Schwanenwerder associeerde ik nu niet meteen met de Wasserschutspolizei.
En Inselstraße 8, was dat niet de voormalig woonstede van Nazi-propagandaminister Joseph Goebbels?

In 1935 kocht Joseph Goebbels het huis Inselstraße 8/10 ver onder de marktprijs van de bankier (Deutsche Bank) en latere Duitse ambassadeur in Griekenland Oskar Schlitter, die daarna met zijn vrouw (de geboren baronesse von Freiberg-Eisenberg-Üxküll, maar als toneelspeelster en zowel Miss Germany als Miss Europa beter bekend onder haar artiesennaam Daisy d’Ora) zijn intrek nam in het in  Slot Offenstetten.

Goebbels vermaakte zich overigens best op de Inselstraße. In 1936 begon hij een affaire met de slechts drie huizen verderop wonende Tsjechische actrice Lída Baarová. Toen Goebbel’s vrouw hier in 1938 achter kwam beklaagde deze zich bij huisvriend Adolf Hitler – tevens pleegvader van Goebbels’ zes kinderen – die Lída Baarová hierop prompt tot persona non grata verklaarde. Lída Baarová week vervolgens noodgedwongen uit naar haar geboorteplaats Praag.

Niet ver van Goebbels’ huis was in de zomer van 1937 in een toenmalige fabrikantenvilla aan Inselstraße 38 door Reichsfrauenführerin Gertrud Scholtz-Klink namens Deutsche Frauenwerk e.V. een Reichsbräuteschule gesticht (foto hieronder). Daar werden cursussen in naaien, poetsen, koken, huishouding en verzorging gegeven, die de toekomstige bruiden van de Nazi’s tot goed huisvrouw en moeder moesten opvoeden.

Het moeten voor Goebbels mooie tijden zijn geweest. In 1938 nam hij immers ook het leegstaande, naastgelegen pand van de geëmigreerde joodse bankier Samuel Goldschmidt (Hofbankhaus Gebr. Goldschmidt) in bezit, nadat deze niet langer reageerde op Goebbel’s “koopaanbiedingen”. Hij liet dit huis pompeus verbouwen en hield er grootse feesten, die werden opgeluisterd door Nazi-prominenten als Albert Speer, Ernst Udet en Theodor Morell.

Albert Speer, de “Generalbauinspektor für die Reichshauptstadt” hoefde overigens niet ver om de feestjes van zijn vriend Goebbels bij te wonen. In 1939 had deze immers barones Goldschmidt-Rothschild gedwongen een onbebouwde kavel aan Inselstraße 7 voor het hele bedrag van wel 150.000 Reichsmark aan hem te verkopen. Hij bouwde er een boothuis.

Die andere feestganger, Theodor Morell – Hitler’s lijfarts – woonde overigens ook vlakbij. Toen Hitler last had van maagproblemen, winderigheid en huiduitslag op beide benen beloofde hij Morell een huis, wanneer deze hem van zijn klachten kon afhelpen. Toen Hitler zich na negen maanden weer helemaal fit voelde beloonde hij Morell niet alleen met VIP-kaarten voor de Reichsparteitag in Neurenberg in september 1937, maar kwam hij ook zijn eerdere belofte na. In het kader van de “Arisierung” kon Morell voor een prikje een riant huis van joodse bankdirecteur Georg Salomonsohn (die later zijn naam zou veranderen in Georg Solmssen), zoon van de oprichter van het Disconto-Gesellschaft Adolph Salomonsohn, kopen: Inselstrasse 24/26. Morell kreeg daarvoor een lening van 200.000 Reichsmark, die twee jaar later werd omgezet in een gift.
Van diezelfde Georg Salomonsohn kocht de Reichskanselarei in 1939 het naastgelegen pand, waarvan het de bedoeling was dat Hitler daar zou gaan wonen, maar zover is het nooit gekomen.

In 1942 werd op Inselstraße 8/10 een (mislukte) aanslag op Goebbels gepleegd.
Deze gebeurtenis en de voortdurende dreiging van bombardementen op de Nazi-woningen in Schwanenweder deed Goebbels uiteindelijk besluiten om in augustus 1943 naar Lanke bij de Bogensee te verhuizen.

In 1945 werd Schwanenweder door de Russen bezet, maar bij de latere besprekingen aan de Amerikanen toegewezen. Zo kwam het dat de opperbevelhebber van de Amerikaanse bezettingstroepen, Dwight Eisenhower, zijn hoofdkwartier in de woning op Inselstraße 16 kon inrichten. Later trok generaal Lucius D. Clay in dat pand, van waaruit hij bij de Russische blokkade van Berlijn onder meer de beroemde “Luftbrücke” organiseerde.

Goebbels’s Villa werd gesloopt. Later huisde op die plek de door Shepard Stone in 1974 opgerichte tak van het Aspen Institute, waar zakelijke bijeenkomsten om kennis op te doen van de Amerikaanse politiek, economie en cultuur werden gehouden (foto hierboven).

Vandaag de dag is Schwanenwerder weer wat het van oudsher was: een van de meest exclusieve wijken in Berlijn. Zo onbekend, dat zelfs de buschauffeur, die er toch verschillende keren per dag langskomt, het bestaan van het eiland niet kent. De enorme smeedijzeren poorten van de villa’s vermelden geen namen. Als je geluk hebt zie je slechts de dure auto’s van de mensen die er schijnen te wonen.

Dus zoekt u nog een huis in een historische omgeving en houdt u van rust en privacy?
Doe dan zeker een bod op Inselstraße 8, de voormalige woonstede van Goebbels.

Dat kan nog tot 12 juli 2010. Hier.
Een impressie van Schwanenwerder vindt u hier.

Nog meer afkomst en toekomst

Dachten Peter van Heemst en ik de oorsprong van de leus ‘Niet de afkomst maar de toekomst’ tot de voorzitter van de Raad van Bestuur van FORUM Sadik Harchaoui te kunnen herleiden, plopt er een e-mail in de box.

Sabine Gerbrands, persvoorlichter van FORUM, Instituut voor Multiculturele Vraagstukken, laat weten dat FORUM de leus al in december 2005 gebruikte op haar nieuwjaarskaart. Ook het werkplan en jaarverslag 2006 van FORUM droegen de titel ‘Niet de afkomst maar de toekomst’. En dat de SER de titel, met toestemming van FORUM, in 2007 heeft overgenomen. De betreffende stukken stuurt ze keurig als bewijs mee.

Warempel! We waren wel warm, maar dankzij Sabine Gerbrands is het raadsel nu definitief ontrafelt. Dank!

De fraaie nieuwjaarskaart had ik u hier graag laten zien, maar helaas kan WordPress niet overweg met Flash-bestanden.

Wie zei “Het gaat niet om onze afkomst maar om onze toekomst”?

Raar maar waar: zowel de VVD als de PvdA gebruiken deze leus in hun verkiezingscampagne.

De PvdA gebruikte de leus bij de presentatie van haar concept-verkiezingsprogramma op 7 april 2010 en Rutte sprak op 24 april op het VVD-congres in Papendal: “Wij kijken niet naar afkomst, maar naar de toekomst, …

Het was niet alleen mij, maar ook de fractievoorzitter van de Rotterdamse PvdA, Peter van Heemst, opgevallen.
Op Twitter zei hij te menen dat de voormalige GroenLinks wethouder Orhan Kaya het citaat al in 2006 gebruikte.
En zo begon onze gezamenlijke zoektocht naar de oorsprong van dit citaat.

Al snel bleek dat ook de SER het citaat had gebruikt. Dit keer als titel van het door haar op 16 februari 2007 uitgebrachte advies over het verbeteren van de arbeidsmarktpositie van jongeren van allochtone afkomst.

Pikant detail is dat SER-voorzitter Alexander Rinnooy Kan prominent lid is van D66.
De voormalige partijen in “Paars” lijken elkaar hier dus goed te kunnen vinden ….

In onze zoektocht bleek dat voormalig VVD-kamerlid Arend Jan Boekestijn (bekend van …) het citaat op 17 juli 2007 van het SER-advies had “geleend” voor een bijdrage in het weblog Sargasso.
FNV Jong en jongerencentrum Argan organiseerden op 23 november 2007 in Amsterdam een manifestatie over allochtone jongeren en werk. Onder de titel “Niet de afkomst maar de toekomst“.
Maar zowel Boekestijn als FNV Jong zijn te overduidelijk terug te voeren op de titel van het even daarvoor verschenen SER-rapport en kunnen dus niet als “uitvinders” van het citaat worden aangemerkt.

Zou Peter van Heemst het dan toch goed gedacht hebben, en is het citaat toe te schrijven aan Orhan Kaya, de voormalige Rotterdamse GroenLinks-wethouder participatie en cultuur?
Uit de bij het ontslag van Orhan Kaya op 2 september 2008 door toenmalig GroenLinks-fractievoorzitter Anneke Verwijs in de Rotterdamse gemeenteraad uitgesproken rede blijkt dat Orhan Kaya de uitspraak “niet je afkomst maar je toekomst telt” al in 2006 zou hebben gedaan.
Maar waar en wanneer dan?

We komen weer uit bij de SER.
Aan een in januari 2007 door de SER en Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid georganiseerd debat blijkt ook Orhan Kaya te hebben deelgenomen en deze woorden te hebben gesproken: “Willen we hen insluiten, dan moeten we deze kinderen niet naar hun afkomst vragen, maar hen een toekomst bieden.”
Het lijkt nu ook duidelijk waar de titel van het een maand later uitgebrachte SER-advies haar herkomst vindt.

Maar lezen we daar niet de woorden “insluiting” en “uitsluiting”? Nog even terug naar het debat. En jawel, hoor: daar zegt Orhan Kaya “Ons beleid is gericht op insluiting in plaats van uitsluiting.”
Zijn die woorden niet later overgenomen door ene Job Cohen?

Maar kunnen we nog verder terug dan 2007?
Op 23 februari 2006 is er in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen een debat over integratie. Daaraan neemt naast Orhan Kaya ook de Rotterdamse D66-lijsttrekker Salima Belhaj deel.
Gespreksleider Ruben Maes hoort haar daar die avond het volgende zeggen: “Het gaat niet om afkomst, maar om de sociaal-economische positie.”
We zijn er bijna, zo lijkt het. Maar de uitspraak van Salima Belhaj is nog te “onaf” om het citaat op haar conto te kunnen schrijven.

We zoeken dus nog even door.
Eind 2006 organiseert het Instituut voor multiculturele ontwikkeling FORUM De Week voor Jong NL. De week werd op 10 november afgesloten met een debat tussen Maxime Verhagen (CDA), Kees Vendrik (GroenLinks), Nebahat Albayrak (PvdA), Agnes Kant (SP) en Rita Verdonk (toen nog VVD).
Sadik Harchaoui, directeur van FORUM en discussieleider, vatte de bevindingen van het debat toen zo samen:  “Er moet een mental shift komen. Het gaat niet om onze afkomst maar om onze toekomst. We kunnen een betere wereld scheppen voor onze kinderen als we meer energie steken in cultuur, sport en andere zaken die
kleurenblind zijn. Want allochtoon of autochtoon, we zijn gelijk aan elkaar – alleen beseffen we het nog niet
.”

En dáár vinden we dan ook de eerste keer deze veelgebruikte uitspraak terug: “Het gaat niet om onze afkomst maar om onze toekomst”.
De uitspraak blijkt dus niet van Orhan Kaya te zijn. We moeten hem toeschrijven aan Sadik Harchaoui, de voorzitter van de Raad van Bestuur van FORUM.

En hoe zit het met dat insluiten en uitsluiten?
Wellicht een volgende keer … als Peter en ik weer op “citatenjacht” zijn geweest.

Raadsprogramma?

Onder de kop “Oppositie wil invloed op bezuinigingen” meldt de Provinciale Zeeuwse Courant (PZC) vandaag, 22 maart 2010, onder meer dat SGP/CU en D66 voorstander zijn van de totstandkoming van een raadsprogramma. Op die manier willen deze fracties invloed kunnen uitoefenen op het gemeentelijk beleid. In dat zelfde artikel word ook ik geciteerd: “Het kan ook een handenbinder zijn, waardoor je moeilijk oppositie kunt voeren.”

Bij de eerste bespreking van de onderhandelaars op 4 maart 2010 steunde ik het voorstel van de SP om eerst tot een raadsprogramma te komen en vervolgens op basis daarvan te komen tot een collegeprogramma. De gedachte hierachter was dat de raad op die manier de ‘grote lijnen’ zou kunnen uitzetten, waaraan in een collegeprogramma verdere uitwerking zou kunnen worden gegeven.
Dit is echter alleen mogelijk wanneer raadsprogramma en collegeprogramma volgtijdelijk tot stand komen. Of, anders gezegd, wanneer er ten tijde van het opstellen van een raadsprogramma nog geen directe of indirecte collegevorming plaatsvindt en partijen zich dus vanuit een blanco situatie aan het schrijven van een raadsprogramma kunnen zetten.
Wanneer er echter al wel sprake is van zoiets als coalitievorming, dan ligt het voor de hand dat een raadsprogramma feitelijk al de grondslag vormt voor een nadien door die partijen te sluiten college-accoord. Het ligt immers niet in de rede dat dan in een raadsprogramma zaken zullen worden opgenomen die haaks op, of op gespannen voet staan met, een nadien te sluiten college-accoord.
Toen bleek dat er voor het opstellen van een raadsprogramma geen meerderheid bestond was het SP-voorstel voor mij dan ook niet meer aan de orde.

Inmiddels hebben CDA, VVD en PvdA overeenstemming over een college-accoord bereikt en zullen deze partijen een nieuw college politiek steunen.

Het is vanuit mijn optiek merkwaardig dat SGP/CU en D66 ook na dit feit nog te kennen geven tot zoiets als een raadsprogramma te willen komen. Tenzij een of meer van de beoogde coalitiepartijen een raadsprogramma zou willen gebruiken om via de achterdeur alsnog tot een (meer) in haar richting gewenste bijstelling van het college-accoord te komen (waarmee het reeds bereikte accoord impliciet zou worden opgeblazen en dit dus alleen al om die reden zeer onwaarschijnlijk is) kan het niet anders zijn dan dat een raadsprogramma in ieder geval politiek-inhoudelijk nauw zal aansluiten bij het bereikte college-accoord. Al was het alleen maar omdat de beoogde coalitiepartijen ook bij het opstellen van zo’n raadsprogramma op een meerderheid kunnen bogen.

Het politieke resultaat van zo’n raadsprogramma kan dan ook niet anders zijn dan dat dit – tenminste in grote lijnen – overeen komt met het bereikte college-accoord. Oppositiepartijen zouden zichzelf daarmee feitelijk in een situatie manoeuvreren dat ze al op voorhand tenminste gedoogsteun verlenen aan het college. Daar komt dan nog eens bij dat een raadsprogramma bij raadsbesluit tot stand komt en ook een raadsminderheid aan zo’n besluit is gebonden. Niet alleen materieel, maar ook formeel zou de oppositierol daarmee al meteen aan het begin van de raadsperiode tot nul zijn gereduceerd.

SGP/CU en D66 bewijzen zichzelf en de lokale democratie om ook nu al feitelijk een college is gevormd met hun voorstel te komen een slechte dienst.

Verkiezingen en posters

Verkiezingen en posters zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Een rondgang langs de meest opmerkelijke posters die voor de raadsverkiezingen in den lande zijn aangetroffen.  

   

 

 

Studentenpartij Student058 in Leeuwarden doet voor de eerste keer een gooi naar een raadszetel. Lijsttrekker Michel Hania liet zich voor deze poster vereeuwigen in de raadszaal van Leeuwarden.

 

 

   

 

De VVD in IJsselstein verspreidde haar verkiezingsleus “In IJsselstein spreken we Nederlands”. De poster (links) viel niet in goede aarde. Lijsttrekker Marcel Sijbrandij had heel wat uit te leggen, vooral omdat er in IJsselstein niet zoiets als een “allochtonenprobleem” bestaat. De poster werd dan ook in brede kringen als populistisch en “niet kies” ervaren.

De poster van VVD Leeuwarden (rechts) zette kwaad bloed, omdat die suggereert dat belastinggeld alleen maar wordt verspild. Ook hier werd de VVD populisme verweten.

 

 

 

De Tilburgse PvdA-wethouder Jan Hamming laat er geen twijfel over bestaan dat hij eigenlijk heel andere ambities heeft dan de lokale politiek.

En dan mijn absolute favoriet:

     

De VVD in Vianen met een niet mis te verstane knipoog naar D66.

Weerman

De afgelopen tijd mag het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, zich verheugen in een welhaast ongebreidelde belangstelling. Dat is mooi, ware het niet dat die belangstelling niet voortkomt uit zorg over de door het IPCC in haar rapport uit 2007 getrokken conclusies, maar zich vooral richt op al dan niet vermeende onjuistheden en onzorgvuldigheden in haar rapport.

Het begon november vorig jaar met een affaire die inmiddels bekend staat als “Climategate”. Na een inbraak in een server van een prominent Brits onderzoeksbureau op het gebied van klimaat werden de door de hackers buitgemaakte documenten en e-mails wereldkundig gemaakt. Hieruit zou volgens klimaatsceptici blijken dat hun geluid systematisch werd genegeerd en onwelgevallige conclusies werden verdraaid. Na een uitgebreid onderzoek concludeerde het Amerikaanse persbureau AP echter: “de gestolen e-mails van klimaatwetenschappers geven blijk van tegenwerking van sceptici en discussies over achterhouden van gegevens, maar de berichten staven geen beweringen dat de wetenschap over opwarming van de aarde gefingeerd was.

Begin januari dit jaar bleek de bewering in het IPCC-rapport dat de gletsjers in de Himalaya in 2035 zouden zijn verdwenen niet op wetenschappelijke feiten te berusten. De bewering stoelde op een rapport van het Wereld Natuur Fonds, een Unesco-document en een bericht in de New Scientist. Bovendien moest het door het IPCC genoemde jaartal niet 2035, maar 2350 zijn.

Onlangs ontstond in Nederland ophef over een passage waarin staat dat 55 procent van Nederland beneden zeeniveau zou liggen. Het Nederlandse Planbureau voor de Leefomgeving, verantwoordelijk voor deze passage, had bedoeld te zeggen dat 26 procent van Nederland onder zeeniveau ligt, terwijl 29 procent van het land gevaar loopt bij overstromingen van de grote rivieren.

Ik zal de laatste zijn om te beweren dat fouten zoals die onlangs aan het licht zijn gekomen in een zo belangrijk rapport te billijken zijn. Het IPCC wekt daarmee immers de indruk het rapport nogal slordig te hebben samengesteld en het ligt voor de hand dat dit velen ook de vraag doet stellen of de door de IPCC getrokken conclusies dan wel kloppen.

Aan de andere kant hebben de geconstateerde fouten in het rapport betrekking op relatief kleine zaken en zouden de conclusies van het IPCC niet anders hebben geluid wanneer deze fouten voor publicatie waren ontdekt.

Kimaatwetenschap is een relatief jonge wetenschap. Op veel punten staat het onderzoek nog in de kinderschoenen.

Naarmate het onderzoek vordert en deze tak van wetenschap meer volwassen wordt, zal op vele zaken die nu nog onduidelijk zijn meer inzicht ontstaan. Maar ook dan zal, zoals in iedere wetenschap, blijven gelden dat we nog steeds niet alles weten. Het is dan ook te verwachten dat, naarmate onze kennis toeneemt, voor de inzichten van nu in de toekomst andere inzichten in de plaats zullen komen.

We kunnen echter niet blijven wachten tot we een alomvattend inzicht hebben.

Zelfs als je de conclusies van het IPCC als wetenschapsscepticus op dit moment niet meer dan een “best guess” zou willen noemen nopen deze conclusies tot het nemen van maatregelen nu. Ook als achteraf (over jaren of wellicht decennia) zou blijken dat een aantal maatregelen niet of anders zou moeten zijn genomen.

Wie achter het stuur in een auto zit neemt, als hij een botsing ziet aankomen, ook niet uitgebreid de tijd om allerlei modellen door te rekenen. De chauffeur zal een ruk aan het stuur geven om die botsing te voorkomen. En als hij dan toch nog een paaltje raakt kun je achteraf mischien vaststellen dat het verstandiger was geweest wanneer hij de andere kant op had gestuurd, maar de botsing heeft hij in elk geval voorkomen.

Omdat klimaatwetenschap op vele punten nog in de kinderschoenen staat ontstaat nog een ander probleem. Op globale (wereld-) schaal kun je de effecten van een opwarmende aarde wel berekenen, maar het is (nog?) onmogelijk precies aan te geven wat het locale effect daarvan zal zijn. Terwijl het voor het nemen van concrete maatregelen op z’n minst handig zou zijn als je dat inzicht wel zou hebben.

Het is te vergelijken met de weerman die wel een bui ziet aankomen, maar niet met zekerheid kan voorspellen of het ook in jouw voortuin zal gaan regenen. Maar tegelijk willen we natuurlijk wel het liefst weten of we nu wel of geen paraplu mee moeten nemen. Een verstandig mens zal er voor de zekerheid voor kiezen dat toch maar wel te doen. En zal de weerman geen verwijten maken als het toch droog gebleven is.

De klimaatscepticus daarentegen lijkt te redeneren dat een weerbericht onzin is en de weerman dus wel de laan uit kan worden gestuurd.

Het is jammer dat nu alle aandacht lijkt uit te gaan naar het rekenmodel van de weerman en zijn voorspelling niet meer wordt gehoord.

De kans om droog thuis te komen neemt daarmee natuurlijk wel flink af. Om nog maar te zwijgen over het gevoel aan urgentie om op tijd de ramen dicht te doen.

%d bloggers liken dit: